# Soep van seizoensgroenten

Een stevige, huiselijke soep die tijd krijgt om haar bouillon op te bouwen; het malse soepvlees en
het groen maken er een volle ketel voor koude dagen van.

- (4) personen
- type: voorgerecht
- 3 uur 30 minuten
- geduld
- foto: soep-van-seizoensgroenten.jpg

## Ingrediënten

- (2 l) water [water|drop]
- (400 g) soepvlees (boelie) [soepvlees|meat]
- (1) dikke ui [ui|onion]
- (1) pastinaak [pastinaak]
- (1) stam prei [prei]
- (1) halve groene kool [groene-kool]
- (2) stengels selder [selder]
- (1) halve courgette [courgette]
- (1) halve bloemkool [bloemkool]
- (1) halve krop andijvie [andijvie]
- (1) teentje look [look|garlic]
- (3) blaadjes laurier [laurier|herbs]
- (3) takjes tijm [tijm|herbs]
- (2) takjes rozemarijn [rozemarijn|herbs]
- (2) takjes salie [salie|herbs]
- 1 klontje boter [boter|butter]
- (1) bussel waterkers [waterkers|salad]
- 1 snuf peper [peper|pepper]
- 1 snuf zout [zout|salt]

## Keukengerei

- ruime soepketel [soepketel|pot]
- fijne zeef [zeef|sieve]
- koksmes [koksmes|knife]
- keukentouw [keukentouw]
- soepkommen [soepkommen|bowl]

## Bereiding

### De bouillon

1. Vul de soepketel[soepketel] met het water[water] en breng het aan de kook. Dat duurt een tiental
   minuten[~10|aan de kook komen], tot het water stevig borrelt.
   => kokend water [kokend-water]

2. Voeg het soepvlees[soepvlees] pas toe zodra het water[kokend-water] zacht kookt. Laat het twee
   uur[~120|zacht garen] op een zacht vuur, tot het vlees botermals is.
   => vleesbouillon [vleesbouillon]

3. Haal het vlees uit de vleesbouillon[vleesbouillon] en zeef de bouillon met de zeef[zeef]. Hou het
   vlees en de gezeefde bouillon apart.
   => gezeefde bouillon [gezeefde-bouillon] <- vleesbouillon, zeef
   => gaar soepvlees [gaar-soepvlees] <- vleesbouillon

### De groenten

4. Snipper met het koksmes[koksmes] de ui[ui] fijn en plet de look[look] tot pulp, tot de look
   fijn verdeeld is.
   => gesneden ui en look [ui-en-look] <- ui, look, koksmes

5. Smelt de boter[boter] in de soepketel en stoof de ui en look[ui-en-look] vijf minuten[+5], tot de
   ui glazig is en zoet begint te ruiken.
   => gefruite ui [gefruite-ui]

6. Schil de pastinaak[pastinaak] en snij hem in blokjes. Snij de prei[prei] in grove halve ringen en
   roer beide groenten bij de gefruite ui[gefruite-ui]. Laat ze vijf minuten[+5] meestoven.
   => gestoofde basis [gestoofde-basis]

7. Snij de groene kool[groene-kool] in fijne reepjes en de selder[selder] en courgette[courgette] in
   stukjes. Roer alles door de gestoofde basis[gestoofde-basis] en laat vijf minuten[+5] meestoven.
   => gestoofde groenten [gestoofde-groenten]

8. Verdeel de bloemkool[bloemkool] in fijne roosjes en roer ze door de gestoofde
   groenten[gestoofde-groenten]. Laat nog twee minuten[+2] meestoven, tot de roosjes glanzen.
   => groentebasis [groentebasis]

### De soep

9. Bind de laurier[laurier], tijm[tijm] en rozemarijn[rozemarijn] met het keukentouw[keukentouw]
   samen tot een kruidentuiltje.
   => eerste kruidentuiltje [eerste-kruidentuiltje]

10. Voeg de salie[salie] toe aan het kruidentuiltje[eerste-kruidentuiltje] en bind het opnieuw vast,
    zodat alle kruiden bij elkaar blijven.
    => kruidentuiltje [kruidentuiltje]

11. Leg het kruidentuiltje[kruidentuiltje] in de gezeefde bouillon[gezeefde-bouillon] en voeg de
    peper[peper] en het zout[zout] toe.
    => gekruide bouillon [gekruide-bouillon]

12. Schenk de gekruide bouillon[gekruide-bouillon] bij de groentebasis[groentebasis] en leg het
    soepvlees[gaar-soepvlees] erbij. Laat de soep twintig minuten[~20|zachtjes pruttelen] zacht
    pruttelen, tot de groenten gaar zijn.
    => seizoenssoep [seizoenssoep]

### Afwerking

13. Snij het taaie hart uit de andijvie[andijvie], snij de bladeren in fijne reepjes en spoel ze.
    Pluk de blaadjes van de waterkers[waterkers], spoel ze voorzichtig en snij ze fijn.
    => gesneden groen [gesneden-groen]

14. Schep het soepvlees uit de seizoenssoep[seizoenssoep] en pluk het in draadjes, tot er geen
    grote stukken meer overblijven.
    => soepbasis [soepbasis] <- seizoenssoep
    => draadjesvlees [draadjesvlees] <- seizoenssoep

15. Voeg het gesneden groen[gesneden-groen] en het draadjesvlees[draadjesvlees] bij de
    soepbasis[soepbasis]. Laat het groen twee minuten[~2|doorwarmen] warmte opnemen en schep de soep
    in de soepkommen[soepkommen]. Proef en kruid zo nodig verder met peper en zout.
    => soep op tafel [soep-op-tafel|bowl]
