# Pannenkoeken

Eén kom, één pan en een beslag dat in twee keer glad wordt: eerst dik kloppen, dan pas de rest
van de melk erbij. Zo blijven de klonters weg.

- (4) personen
- type: hoofdgerecht
- 30 minuten
- makkelijk

## Ingrediënten

- (250 g) {zelfrijzende bloem}[bloem|flour]
- (2) {eieren}[ei|egg]
- (500 ml) melk [melk|milk]
- 1 snuifje zout [zout|salt]
- boter om te bakken [boter|butter]

## Keukengerei

- mengkom [mengkom|bowl]
- garde [garde|whisk]
- pannenkoekenpan [pannenkoekenpan|pan]
- soeplepel [soeplepel|spoon]

## Bereiding

1. Doe de bloem[bloem] en het zout[zout] in de mengkom[mengkom].
   => droge basis [droge-basis]

2. Voeg de eieren[ei] en ongeveer de helft van de melk[melk] toe aan het droge
   mengsel[droge-basis] en klop het met de garde[garde] in een minuut of twee[+2] tot een glad,
   dik beslag.
   => dik beslag [dik-beslag]

3. Voeg geleidelijk de rest van de melk[melk] toe aan het dikke beslag[dik-beslag] terwijl je
   blijft kloppen; zo krijg je minder snel klonters. Laat het beslag daarna tien tot vijftien
   minuten[~15|rusten] staan.
   => glad beslag [beslag]

4. Verwarm de pannenkoekenpan[pannenkoekenpan] een minuut of twee[+2] op middelhoog vuur en
   smelt er een klein klontje boter[boter] in.
   => hete pan [hete-pan]

5. Schep met de soeplepel[soeplepel] een dun laagje beslag[beslag] in de hete pan[hete-pan] en
   draai de pan zodat het beslag zich mooi verdeelt. Bak het twee minuten[+2], tot de bovenkant
   bijna droog is en de onderkant goudbruin.
   => gebakken kant [gebakken-kant]

6. Draai de pannenkoek[gebakken-kant] om en bak de andere kant nog een minuut[+1], tot ook die
   goudbruin is.
   => pannenkoek [pannenkoek]

7. Herhaal het scheppen en bakken tot het beslag op is en stapel de pannenkoeken[pannenkoek] op
   een warm bord.
   => stapel pannenkoeken [stapel-pannenkoeken|plate]
